|
- Wie is Koos Bijlholt?
Ik ben 61 jaar; alleenstaand, zoals men dat noemt. Ik ben
homosexueel en ben in het verleden actief geweest in de homobeweging.
Ik heb enkele relaties gehad. Lang geleden heb ik samengewoond.
- Hoe ben je bij de Riagg terechtgekomen?
Het algemeen maatschappelijk werk kon mij niet verder helpen,
en via de huisarts kwam ik bij de Riagg. Ik leed aan een depressie
naar aanleiding van het overlijden van een vriend van me.
- Hoe kwam je bij de cliëntenraad?
Ik was bij de algemene vergadering van het Basisberaad GGZ
– dat is een regionale organisatie voor cliëntmedezeggenschap.
Een lid van de Riagg-cliëntenraad meldde bij de rondvraag
dat ze leden zochten. Vervolgens heb ik gebeld voor een afspraak.
Ik was hier cliënt, en ik was al een tijdje op zoek naar
passend vrijwilligerswerk. Daarvoor deed ik ander vrijwilligerswerk;
ik maakte wandelingen met mensen die in een rolstoel zitten,
en die zodoende niet gemakkelijk zelf op pad gaan. Ook bracht
ik boeken rond voor mensen.
Het werk in een cliëntenraad ligt mij beter. Ik ben ook
lid van een andere cliëntenraad: Die van de RIBW Rijnmond.
Daarvoor wist ik niet van het bestaan van een cliëntenraad.
De cliëntenraad geeft informatie via de prikborden in
de wachtkamers. Dat zie je wel, maar dat neem je niet in je
op, althans ik niet. Je denkt al gauw: Eerst moeten mijn problemen
opgelost worden, en dan die van anderen.
- Wat was je eerste indruk van de cliëntenraad?
Ik kan het me niet goed herinneren. Ik geloof dat het allemaal
een beetje vreemd overkwam. Bijvoorbeeld alle afkortingen
die gebruikt werden. Ik hoorde veel vakjargon. Het duurde
even voordat ik daar goed en wel in zat.
Ik denk weleens dat een cliëntenraad twee taken heeft:
Zichzelf in stand houden, en daarnaast de eigenlijke taken
uitvoeren. Een cliëntenraad heeft niet snel genoeg leden.
- Zie je veranderingen in de cliëntenraad vanaf het begin dat je erbij bent?
Er zijn twee leden weggegaan, en er is er één
bijgekomen. Het gaat nu wellicht wat sneller allemaal. De
leden zijn goed ingewerkt. Ze weten waarover ze praten. De
mensen hebben hun huiswerk goed gedaan. Vergaderingen hebben
een soepel verloop.
Soms is het moeilijk om de grote lijn vast te houden: Wat
willen we bereiken, en komt dat over, bij de afdelingshoofden
en de Raad van Bestuur. Niet alle cliënten, maar ook
niet alle medewerkers weten van het bestaan van de cliëntenraad,
of wat de cliëntenraad doet.
- Je investeert veel tijd en energie in vrijwilligerswerk. Waarom?
Ik heb geen andere keuze. Ik ben geen huisman en ik ben geen
huismus. Ik ben graag buitenshuis, onder de mensen. En dan
wil ik ook iets zinnigs doen, op mijn eigen niveau, en iets
doen wat een uitdaging is.
- Heeft dat iets te maken met je persoonlijke ervaringen?
Het heeft ermee te maken. Als ik geen cliënt zou zijn,
zou ik geen lid zijn.
Ik ben niet onverdeeld positief over de Riagg. Het is ook
weer niet zo dat ik daardoor mijn gram wil halen. Misschien
wil ik het voor anderen beter maken. Dat de Riagg ècht
klantvriendelijk wordt.
Ik vind het leuk om mee te praten over nieuwe projecten. Ik
werk nu bijvoorbeeld mee aan een regionale cliëntenkrant.
Het leuke van projecten vind ik: Eerst heb je niets, en gaandeweg
is er opeens iets. Dat vind ik mooi. Informatie is erg belangrijk.
Er is zoveel waar mensen geen weet van hebben. Het werk voor
de Riagg-cliëntenraad is geconcentreerder dan de cliëntenkrant.
De cliëntenraad gaat puur over déze Riagg. De
cliëntenkrant is een breder project, en daardoor ook
moeilijker één richting op te krijgen.
- Wat vind je van de Geestelijke Gezondheidszorg?
Ik vind het versnipperd. Ik krijg er nog geen grip op. Het
is me niet duidelijk wie wat doet, wie waar verantwoordelijk
voor is en hoe de samenwerking tussen de verschillende instellingen
is >>>>
|